Geld alleen gaat het lerarentekort in Brussel niet oplossen
- journalistiek brussel
- May 8
- 4 min read
Updated: May 15
Na bijna zes jaar ministerschap heeft Sven Gatz (Open Vld) het lerarentekort in Brussel kunnen stabiliseren. Toch blijft het Nederlandstalig onderwijs ver boven zijn gewicht boksen en voelen Vlamingen zich vaak vreemdelingen voor de Brusselse klassen. “Extra geld is natuurlijk altijd welkom, maar ik vind het vooral belangrijk dat ik mij goed voel waar ik werk.”

In 2022 was het lerarentekort in Brussel op zijn hoogtepunt. Toen werden er meer dan 600 mensen gezocht op een totaal van ruim 6.000 leerkrachten . “Een tekort van 10 procent is te bolwerken, als het gelijk verdeeld is. Maar op de ene school is er geen tekort, terwijl elders dat percentage tot wel 25 gaat. En dat is wel degelijk een probleem”, erkent minister van Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschapscommissie Sven Gatz. Intussen is het aantal open vacatures afgenomen en stabiel rond de 500.
Afhankelijk van Vlaanderen
“Wij als Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) zijn een ondersteunende overheid. Dingen zoals de eindtermen en het statuut van de leerkracht zijn volledig Vlaams, daar is geen onderscheid in. Wij kunnen vooral kleine initiatieven nemen”, zegt Gatz. “Wat goed gewerkt heeft is zij-instromers de anciënniteit van hun privé-job laten meenemen. Op de korte termijn zijn die zij-instromers de enige oplossing. En bovendien gaan mensen in toenemende mate een pedagogisch diploma halen. Daar spelen wij met de VGC ook een rol in, wij betalen het inschrijvingsgeld terug. Het is ook een verschil van 300 à 400 euro netto per maand.”
In Brussel gaat een kwart van de kinderen naar een Nederlandstalige school, terwijl nog geen 5 procent Nederlands als moedertaal heeft. Vlaanderen heeft sinds 1999 het doel om 30 procent van de Brusselaars te bedienen. “Daar zitten we dus zelfs met ons succesverhaal van de 25 procent nog niet aan. Dus Vlaanderen bokst in Brussel ver boven zijn gewicht, maar onze invloed is ook groter. Het is niet zo dat het puur een politiek project is, het is een goede zaak dat die kinderen tweetalig zijn”, vertelt Gatz.
“Veel Vlaamse studenten behouden een beetje hun kerktorenmentaliteit” - Els Mertens, opleidingshoofd Lager Onderwijs Odisee hogeschool
Maar om dat te verwezenlijken zijn veel leraren nodig. Veel Vlamingen komen elke dag naar de hoofdstad om er les te geven. Voor veel jonge leerkrachten is die eerste ontmoeting met Brussel een moeilijke confrontatie. Dat zegt ook Els Mertens, opleidingshoofd Lager Onderwijs aan de Odisee hogeschool.
“De inschrijvingen zijn eigenlijk al een hele tijd stabiel, dat is volgens ons niet het probleem. De doorstroming naar de werkvloer verloopt moeilijker.” “Veel Vlaamse studenten behouden een beetje hun kerktorenmentaliteit. Als ze hier voor het eerst geconfronteerd worden met de grootstad, met de diversiteit maar ook de kansarmoede, is dat vaak intimiderend.”
Mentale kloof
“Omdat onze studenten veel stage lopen gaat die ‘schrik’ er bij de meesten wel uit, maar er is wel een verschil tussen verwachtingen en de realiteit.” Van alumni hoort Odisee ook dat er bij de begeleiding van beginnende leraren nog verbetering mogelijk is. Veel jonge Vlaamse leerkrachten gaan korter bij huis lesgeven van zodra er een vacature vrijkomt. Ze willen pendelen vermijden, en zich ook beter voelen in hun school.
Dat gevoel bevestigt ook student-leerkracht Fatma: “Ik ben van het platteland. Als ik hier sta, dat is niet mijn leefwereld, en ik kan mij daar ook niet mee vergelijken. Ik vind het heel moeilijk om hier les te geven. Extra geld is natuurlijk altijd welkom, maar ik vind het vooral belangrijk dat ik mij goed voel waar ik werk.” Haar medestudent Aline stemt in: “In Brussel lesgeven, het is een grote uitdaging.”
“Vlaanderen, en Wallonië, begrijpen Brussel niet. Er is hier geen Leitkultur” - Sven Gatz, minister van Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschapscommissie
De minister erkent die uitdaging ook. “Ik zeg niet dat die kloof er niet is, ik zeg alleen: je maakt ze zo groot of klein als je zelf wilt. Wij proberen als VGC met aanvangsbegeleiding zo veel mogelijk van die beginnende leerkrachten te begeleiden. En bij sommigen lukt dat niet, die zijn na een paar maanden weg, anderen blijven hier hun leven lang komen vanuit Brugge of Hasselt. Maar die mentale kloof overstijgt eigenlijk het onderwijs. Vlaanderen, én Wallonië, begrijpen Brussel niet. Het is een stad van minderheden. Er is hier geen Leitkultur, zoals de Duitsers zeggen.”
Gatz geeft toe dat er op het vlak van die mentale kloof nog werk aan de winkel is, en erkent het belang van Brusselaars voor de klas te krijgen. “Toen ik begon, was amper 8 procent van de leerkrachten Brussels. En dan krijg je dus die kloof dat de leerkrachten Vlaams zijn, en alle kindjes Brusselaars. Intussen is dat verbeterd, maar nog altijd bijna 85 procent komt van elders.”
Dat Brussel een geval apart is, zegt ook student-leerkracht Cyrine. “Ik zou heel graag in Brussel lesgeven. Ik ben zelf van Anderlecht. Ik voel mij goed in deze stad. Je ziet vaak dat Nederlandstaligen hier leraar worden terwijl Brusselaars dat ook kunnen. Het is toch mooi als Franstalige leerlingen kunnen zien: ook Brusselaars kunnen leraar worden. “
Auteur: Camiel Demollin
Comments