INTERVIEW “Niet alles wat meneer Bouchez zegt, is altijd waar”: minister Elke Van den Brandt countert kritiek op mobiliteitsplan Good Move
- 1 day ago
- 5 min read
Het gaat al jaren niet goed met de Brusselse mobiliteit. Good Move, het mobiliteitsplan van Brussels minister van mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen), stuit al sinds haar vorige ambtstermijn op kritiek. Ook vandaag is dat niet anders. Hoe loopt het met de Brusselse mobiliteitsplannen nu er noch goodwill, noch geld is voor Metrolijn 3? We vroegen het aan de minister zélf.
De Brusselse regering is intussen vier maanden aan de slag. Hoe anders is het om mobiliteitsminister te zijn in deze nieuwe politieke situatie?
“Ik ben al blij dat er een regering is, want we zaten 600 dagen zonder. Dan valt alles stil: je kan geen nieuwe projecten lanceren en er gaat veel tijd verloren. Dat was slecht voor ons imago en voor de fierheid van de Brusselaars. Ik ben dus vooral blij dat er een nieuwe ploeg is. Die telt zeven partijen, dus het is een heel uiteenlopende ploeg en dat geeft wel uitdagingen. Maar dat is nu eenmaal politiek.”
Good Move werd de voorbije jaren onthaald met vurige protesten van Brusselaars. Zij kantten zich vooral tegen de circulatieplannen, die bepaalde wijken verkeersluw zouden maken. Na de rellen in Schaarbeek en Anderlecht zijn vier plannen geannuleerd, maar Van den Brandt staat nog steeds achter haar visie. Want ook nu staan er nieuwe circulatieplannen op de agenda. De vraag is of die er daadwerkelijk komen nu Bouchez (MR) Good Move wil ‘begraven’.
Krijgt u voldoende steun vanuit de regering om de initiatieven toch nog verder te zetten?
“Niet alles wat meneer Bouchez zegt, is altijd waar. Dat geldt niet alleen voor mobiliteit of Brussel. Er is maar één element in het actieplan dat verandert: de circulatieplannen. Die hebben tijdens mijn vorige legislatuur heel veel teweeggebracht, maar we zien goede resultaten. Sindsdien oriënteren we de plannen rond scholen, omdat we ze daar makkelijker kunnen implementeren. Mensen tonen zich welwillender als het gaat over de veiligheid van kinderen en uiteindelijk zijn er in alle wijken scholen.
Ook de naam Good Move zal veranderen. Als je in Brussel over Good Move spreekt, wordt er te vaak aan de heisa rond de circulatieplannen gedacht en dat moet veranderen. Ik was niet getrouwd met die naam, ik wil gewoon mijn beleid kunnen uitvoeren.”
Is het een van de voornaamste lessen uit de vorige legislatuur geweest om de burgers meer te betrekken bij de plannen?
“Er is al heel veel participatie geweest, maar het is eigen aan Brussel dat het contact van de overheid met haar bevolking moeilijk verloopt. Dat is zo voor mobiliteit, maar ook voor andere beleidsdomeinen. In de coronacrisis hebben we bijvoorbeeld gemerkt dat de campagne over vaccinaties in Brussel veel minder effect had dan op andere plekken. Het klopt dus dat we moeten zoeken naar betere manieren om de verschillende stemmen in een buurt te horen.”
En toch blijft u met volle overtuiging kiezen voor Brussel?
“Absoluut. Er is nog veel werk aan de winkel. Brussel is nog te veel georiënteerd rond mensen die op bezoek komen, maar er wonen hier ook 1,2 miljoen mensen. Het is niet fair dat hun publieke ruimte volledig in functie staat van mensen die ‘s morgens toekomen en ‘s avonds weggaan. Onze kinderen moeten ergens kunnen spelen. Mensen moeten op een bankje kunnen zitten. Je moet veilig kunnen wandelen. Er zijn nog heel veel uitdagingen om de publieke ruimte te doen voelen als een thuis. En als je thuiskomt, ga je niet vooral in de gang zitten, je gaat naar de living of de keuken. De stad moet als een woonkamer voelen, niet als een grote gang. Ik zie mijn stad doodgraag, maar ik wil ze vooral ook verder helpen.”
"Ik kan zonder enige gêne zeggen dat de MIVB sneller, betrouwbaarder en aangenamer is dan De Lijn."
Is het eerlijk om te zeggen dat u de auto in Brussel wel wil terugdringen, maar dat er momenteel geen budget is om het openbaar vervoer even ambitieus uit te bouwen?
“Brussel heeft heel bewust gekozen om te investeren in openbaar vervoer. Ik kan zonder enige gêne zeggen dat de MIVB sneller, betrouwbaarder en aangenamer is dan De Lijn. Nu zitten we inderdaad in financieel moeilijke tijden. Toch doen we ons best om het aanbod met laagdrempelige initiatieven aantrekkelijk te houden. Jongeren tot 25 jaar kunnen voor twaalf euro een jaarabonnement kopen. Uiteraard zou ik nog veel meer willen doen, maar dat is politiek natuurlijk.”
Als er steeds meer gekeken wordt naar alternatieven voor de auto, is het wel belangrijk dat die er daadwerkelijk zijn. Wat zijn, nu Metro 3 financieel en bestuurlijk onrealistisch is, de concrete plannen voor de Noord-Zuidas?
“Als minister van Mobiliteit blijf ik voorstander van meer openbaar vervoer, maar het klopt wel dat het vijf miljard kost. Als je je bedenkt dat Brussel een jaarbudget van een zevental miljard heeft, wordt al snel duidelijk dat dat onmogelijk is. Als de Federale Overheid morgen mee betaalt, wat oorspronkelijk wel het idee was, spreken we over een heel ander verhaal. Maar dat is op dit moment niet aan de orde. We gaan het deel van de werken dat al is gebeurd nog afmaken en dan de publieke ruimte zo snel mogelijk weer toegankelijk maken. Het is tenslotte een zware werf waar de mensen en handelaars van de buurt hard van hebben afgezien.”

Uit het laatste onderzoek naar verplaatsingsgedrag van Brusselaars blijkt dat wandelen hun belangrijkste vervoerswijze is. Wordt Brussel vandaag genoeg bestuurd als stad voor voetgangers?
“We zijn allemaal voetgangers. Zelfs als je met het openbaar vervoer gaat, doe je een stukje te voet. Voor heel veel mensen in Brussel is het inderdaad de voornaamste manier om zich te verplaatsen. We willen de voetpaden verbreden zodat ze minstens twee meter breed zijn voor mensen met beperkte mobiliteit, buggy’s, enzovoort. Op dat vlak zijn er zeker nog uitdagingen, maar het is een van onze grootste prioriteiten.”
Critici zeggen dat circulatieplannen het autoverkeer niet altijd verminderen, maar gewoon verplaatsen. Hoe voorkomt u dat het voor voetgangers niet onveiliger wordt op die plekken?
“Het is inderdaad een populaire kritiek dat het verkeer zich gewoon zou verplaatsen, maar de cijfers tonen iets anders aan. Dat is een stukje tegennatuurlijk, maar we zien dat er naast een verplaatsing naar de hoofdassen ook een deel van het autoverkeer verdwijnt. Het gaat tot over een kwart minder auto’s en een stijging van voetgangers en fietsers. In een stad als Brussel is dat echt nodig en niet het minst in de wijken waar protest was tegen de plannen.”
"Verkeersveiligheid is niet zoals kanker, waarvoor we de oplossing nog moeten vinden. We weten dat trager rijden en investeren in veilige infrastructuur levens kan redden."
Wanneer zou u zelf zeggen: mijn mobiliteitsbeleid is geslaagd? Is dat als Vision Zero, nul verkeersdoden of zwaargewonden, tegen 2030 is bereikt?
“Voor mij is het essentieel om daarvoor te blijven ijveren, vechten en knokken. Iedere dode op onze wegen is onaanvaardbaar. Vooral omdat we weten wat we moeten doen. Verkeersveiligheid is niet zoals kanker, waarvoor we de oplossing nog moeten vinden. We weten dat trager rijden en investeren in veilige infrastructuur levens kan redden. Dat gaat soms met weerstand, bijvoorbeeld bij een zone 30, maar je moet wel knokken voor iets dat echt nodig is.
Je moet een kind van twaalf naar school kunnen sturen zonder bang te zijn. In plaats van ‘wees voorzichtig’ zouden we gewoon ‘geniet ervan’ moeten kunnen zeggen. Pas als we die stad hebben, beschouw ik mijn job als gedaan.”
Door Emma Mertens en Marie Leeman



Comments