LEES 'Een periode van stabiliteit is blijkbaar te veel gevraagd': de zeven momenten van Sven Gatz om de malaise bij RWDM te begrijpen
- May 7
- 6 min read
RWDM, Racing White Daring Molenbeek, staat op de rand van de afgrond. De immer onrustige Molenbeekse club degradeerde uit de Challenger Pro League. Bovendien kampt ze voor de zoveelste keer in haar geschiedenis met financiële problemen. Een licentie voor het profvoetbal lijkt veraf en de zoektocht naar een nieuwe eigenaar sleept aan. Het is een trieste realiteit voor een ploeg die het Belgische voetbal zoveel kleur heeft gegeven. Sven Gatz, Brussels politicus, maar vooral trouwe supporter van RWDM, schreef een boek over de turbulente eerste vijftig jaar van de club. Aan de hand van zeven momenten gidst hij je door de illustere geschiedenis van RWDM.

1. Een been in Molenbeek, een been in Groot-Brussel
In de zomer van 2025 stelde toenmalige eigenaar John Textor de nieuwe naam van de club voor: RWDM Brussels. 'RWDM is een vierletterwoord dat voor hem niets betekent. Door "Brussels" hieraan toe te voegen, wilde hij voor meer aantrekkingskracht op de Amerikaanse markt zorgen', stelt Gatz. De supporters reageerden razend: 'Wij zijn van Molenbeek, niet van Brussel.' Gatz is het hier niet mee eens: 'De drie clubs waaruit RWDM later zou ontstaan, speelden in Jette, Watermaal-Bosvoorde en Molenbeek. Groot-Brussel is de bakermat van de club en een eigenheid die de huidige supporters te snel vergeten.' Gatz stoorde zich niet aan de toevoeging "Brussels" aan de naam, maar noemt het wel een "grote inschattingsfout" van Textor.
De RWDM-supporters zetten zich graag af tegen de twee andere Brusselse clubs, Anderlecht en Union. 'Anderlecht is blingbling met champagne en Union zijn meer de bobos en Dansaert-Vlamingen. RWDM-fans zijn, om het in een huizenhoog cliché te zeggen, ruwe bolsters met een blanke pit', verklaart Gatz. Dat ruige karakter is een van de kernwaarden van RWDM volgens hem: 'Je kan RWDM samenvatten als een ruige, zotte, warme feniks. De supporters zijn ruig, maar warm, echt een familie. De club is een feniks die al vaak gestorven is, maar telkens uit haar as herrijst.'
2. Het sprookjeshuwelijk van Gooris en L’Ecluse
De geschiedenis van RWDM is, zacht uitgedrukt, complex. Gatz hanteert voor zijn boek het jaar 1973 als oprichtingsjaar. Toen vormden Daring Molenbeek, van Jean-Baptiste L’Ecluse, en Royal Racing White, van Meester Gooris, een fusie. 'Het was een opmerkelijk huwelijk onder invloed van twee sterke mannen: L’Ecluse en Gooris.' White Star leverde kwaliteitsvolle spelers, Daring Molenbeek het stadion, de supportersschare en het iconische stamnummer twee. Eensklaps had Brussel er een grote club bij en het zou niet lang duren voor ze de buur uit Anderlecht, voor even, naar de kroon staken. 'In Brussel zouden we zeggen dat RWDM toen fars was. Er ging een grap rond dat grote man L’Ecluse (een aannemer) een gebouw op het Astridpark (stadion van Anderlecht, nvdr.) zou zetten.'
3. Goed begonnen, meteen gewonnen
Onder impuls van spelers als Wellens, Martens en Boskamp bestormde RWDM onstuitbaar de Belgische voetbaltop, wat in 1975 tot de titel leidde. Johan Boskamp werd voor zijn aandeel beloond met de Gouden Schoen, die hij als eerste buitenlander ooit wist te winnen. RWDM had geen vedetten, buiten Boskamp dan, maar wel spelers die op revanchegevoelens en karakter wedstrijden over de streep trokken. 'Het waren allemaal spelers die het ergens anders net niet gehaald hadden', aldus Gatz. Boskamp en co. zetten de goede nationale prestaties door op het Europese toneel. Gatz kan zijn trots niet verbergen: 'In 1977 verloren we met het kleinste verschil over twee wedstrijden van Athletic Bilbao in de halve finale van de UEFA Cup.' Twaalf jaar lang was RWDM een stabiele (sub)topper met Europese wedstrijden tegen Aberdeen en Torino. De club zakte echter steeds verder weg, mede door financiële problemen. De stijle opmars en ditto neergang vormden een rollercoaster die eigen is aan RWDM voor Gatz: 'Een periode van stabiliteit is blijkbaar te veel gevraagd.'

4. 'Het eerste krakske in het bestaan'
Financieel en sportief ging het steeds minder goed, met een degradatie in 1984 tot gevolg. Een jaar later legde sterke man L’Ecluse de boeken neer. 'Het faillissement van L’Ecluse was het eerste krakske in het bestaan van de club', aldus Gatz, die de oorzaak van het bankroet in een breder politiek kader plaatst. 'L’Ecluse had fors geïnvesteerd in de aanleg van de metro in Brussel. De Belgische staat had door de oliecrisis van de jaren 70 echter grote liquiditeitsproblemen, waardoor ze haar rekeningen niet kon betalen.' L’Ecluse was niet de enige aannemer die overkop ging, maar het had wel een nefaste impact op RWDM.
5. De teloorgang van stamnummer 2
Na het faillissement in 2002 verdween de club en dus ook het bekende stamnummer twee. Johan Vermeersch, voormalig hoofdsponsor van de club, richtte een nieuwe club op en werd voorzitter. Veel supporters koesteren wrok tegenover Vermeersch, die liever KFC Strombeek omdoopte tot FC Brussels. Gatz toont begrip voor die beslissing: 'We hebben vette en magere jaren met hem beleefd. Het probleem is vooral dat hij na een tijd alles alleen wilde beslissen en maar weinig mensen in de besluitvorming toeliet. Dat is nooit een goed idee.' In 2013 volgde een nieuwe naamsverandering naar Racing White Daring Molenbeek 2003. Wederom nekte financiële problemen het project en was een zoveelste doorstart nodig.
6. Elk nadeel heeft z’n voordeel, ook voor damesvoetbal
Om de negatieve trend van het verhaal te doorbreken, wijst Gatz graag op een positief feit uit die periode. In 2013 werd de damesvoetbalploeg RWDM Girls opgericht, die vandaag met meer dan 600 leden nog steeds de grootste van het land is. Gatz volgt het reilen en zeilen van de dames op de voet en hoopt dat ze in de nabije toekomst hun ambitie om hogerop te geraken waar kunnen maken.
7. Een nieuw elan onder Mister RWDM
In 2015 zette een groep investeerders onder leiding van 'Mister RWDM' Thierry Dailly hun schouders onder het nieuwe project RWDM 47. Gatz wijst specifiek op de start van het project als laatste cruciale punt in de geschiedenis van RWDM: 'Dat is voor mij belangrijker dan de titel in Tweede Klasse. Zonder project RWDM 47 zouden we hier nu niet zitten.' De club begon in Vierde Klasse, waar het de vrijgekomen plek van Standaard Wetteren innam. Na een gestage opmars door de krochten van het Belgische voetbal promoveerde ze in het seizoen 2019-2020 naar Tweede Klasse. In januari 2022 kocht John Textor, een berucht en bekend gezicht in de investeringswereld, de club van Dailly. Gatz neemt Dailly, ondanks alle huidige perikelen, niets kwalijk: 'Dailly is niet heilig, maar hij was wel een businessman met verstand van voetbal. Hij had door hard werk de club terug in Tweede Klasse gekregen, maar wist dat er extra investeerders nodig waren om de stap naar Eerste Klasse te zetten. Die vond hij in John Textor.' Sportief ging het hen voor de wind, met een promotie naar Eerste Klasse in 2022-2023 als orgelpunt. Toen was Dailly al aan de kant geschoven door de nieuwe hoofdaandeelhouder.

Het heden: financiële onzekerheid zorgt voor sportieve problemen
Het roemrijke verleden van RWDM is vandaag een ver vervlogen droom voor de supporters. De club zit volop in een juridische strijd met de licentiecommissie. Op 22 mei volgt de definitieve uitspraak van het C-SAR (Belgisch Centrum voor Arbitrage in de Sportsector), nadat de club al beroep aantekende tegen negatieve adviezen van het Belgisch Arbitragehof voor de Sport (BAS). Ook op sportief vlak ging de club door een diep dal door te degraderen naar Eerste Amateur. Het grootste struikelblok is echter de overname van de club.
John Textor en zijn holding hebben bij hun clubs Botafogo, Olympique Lyon en RWDM een gigantische schuldenberg gecreëerd en moeten die nu verkopen om de schulden af te betalen. In totaal zou het om 250 miljoen dollar gaan. Bij een mogelijke verkoop moeten de clubs als één geheel verkocht worden. Pas daarna kunnen geïnteresseerden de aandelen van RWDM losweken uit het kluwen van de multi-ownershipconstructie.
Het symbooldossier in deze kwestie is de transfer van Ernest Nuamah naar RWDM in 2023 voor vijfentwintig miljoen euro. Doet de naam niet meteen een belletje rinkelen? Niet onbegrijpelijk, aangezien Nuamah nooit een wedstrijd voor RWDM speelde. Hij werd meteen verhuurd aan Lyon, waar hij nog steeds speelt. Met vijfentwintig miljoen euro is hij wel nog altijd de duurste inkomende transfer uit de geschiedenis van het Belgische voetbal.
Olympique Lyon kocht hem een jaar later voor dertig miljoen euro van RWDM, maar dat geld belandde bij de investeringsgroep en niet terug in Molenbeek. Gatz ziet het somber in voor zijn club, maar blijft strijdvaardig: 'RWDM komt altijd terug, dat hebben we al bewezen. Er is nu te veel onzekerheid over een mogelijke overname om daar een concrete uitspraak over te doen.' Hij hoopt vooral op stabiliteit voor de immer woelige club: 'Liever een stabiele club op een lager niveau dan een instabiele eersteklasser.'
Stanne Meulemans



Comments