LEES “Het grootste probleem is niet de drugs”: een kijkje achter de schermen in de gebruikersruimtes in Brussel
- 23 hours ago
- 3 min read

Als we in Molenbeek arriveren, zien we een gehurkte man die een stukje zilverpapier klaarmaakt voor zijn (heroïne)gebruik. We wandelen iets sneller door, want we zijn aan het kijken naar iemand die niet gezien wil worden. Bovendien staat deze druilerige dinsdagvoormiddag druggebruikersruimte LINKup voor ons op het programma.
LINKup is de tweede risicobeperkende gebruikersruimte in Brussel en opende iets meer dan 4 maanden geleden haar deuren. De andere gebruikersruimte Gate, in de Stalingradwijk, is al sinds 2022 operatief. Maar wat vinden de bewoners nu van LINKup, vier maanden na haar opening?
De eigenaar van de elektrowinkel naast LINKup, vindt de ruimte nu normaal. Een andere buurtbewoner is ontevreden. “Het is niet beter, want ze beloofden dat ze gebruikers zouden komen halen om hen naar de ruimte te begeleiden,” zegt hij. “Wij hoorden: ‘het wordt beter’ en ‘er komt meer begeleiding’, maar we zien er hier nog niets van.” Bruno Valkeneers van Transit vzw, de organisatie achter de twee gebruikersruimtes, bevestigt dit. “Een gebruikersruimte is geen magische oplossing. Het is een deel van de oplossing, wij zijn een eerste stap.”
Parlementaire kritiek
Ook vanuit politieke hoek kwam er al kritiek op de gebruikersruimte in Molenbeek. Enkele weken geleden publiceerde BRUZZ een artikel naar aanleiding van de uitspraken van Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA). Volgens Vanden Borre bedroegen de kosten voor iemand die bij LINKup drugs gebruikt 850 euro per bezoek. Ministers Ahmed Laaouej (PS) en Dirk De Smedt (Anders) gingen hiertegen in door te zeggen dat een deel van de consumpties anders in de publieke ruimte zou plaatsvinden. "Zelfs als je dat argument volgt, blijft de vraag of dat de meest efficiënte en verantwoorde besteding van middelen is", antwoordde Vanden Borre.
We vragen Valkeneers naar zijn reactie op het artikel. “Mijn eerste reactie was: ‘van waar komen die cijfers?’, want ik had die cijfers niet.” Hij vroeg dan de cijfers op bij de studiedienst van Transit. Toen hij deze vergeleek met cijfers uit dezelfde periode van Gate, bleek dat deze gelijkaardig waren. “Vanden Borre vergat te zeggen dat er per maand 150 afspraken gemaakt worden”, meldt Valkeneers ons. Verder kon hij niets zeggen over statistisch cijfermateriaal, omdat LINKup nog niet lang genoeg open is om conclusies te kunnen trekken.
Minder druggebruik en meer sociaal contact
Bij LINKup benuttigen minder gebruikers de gebruikersruimte, maar benuttigen ze vaker de sociale diensten, zoals de dokter of sociale assistent. “Het beeld dat je van jezelf vormt, komt van bij anderen. Andere mensen zijn een soort spiegel.” Valkeneers vindt dat er verder moet gekeken worden dan de persoon en zijn drugsproblematiek. “Het grootste probleem is niet de drugs. Voor mij is context één van de belangrijkste dingen en die is sociaal, cultureel en politiek.”

Klinische gebruikersruimtes
Tijdens ons bezoek in Gate, leidt meneer Valkeneers ons rond in het gebouw. De ruimte is risicobeperkend, wat inhoudt dat gebruikers een kleinere kans op risico’s hebben tijdens hun druggebruik. Ze krijgen in de ruimte niet te maken met concurrerende gebruikers die hun drugs willen afnemen, maar ze mogen ook geen drugs dealen in of rond het gebouw.
Bovendien moeten de gebruikers ook een protocol volgen. Bij hun eerste bezoek schrijven ze zich in onder een alias. Crackgebruikers mogen geen ammoniak gebruiken als ze hun crack bereiden. “Ze moeten het hier klaarmaken met bicarbonaat, dat is veiliger.”

Voordat ze kunnen gebruiken, wassen ze hun handen. Dit is essentieel voor de heroïnegebruikers. “Als ze erg vuil zijn, laten we hen een douche nemen.”
Bovenop die hygiëne-maatregelen ontvangen ze uitleg over de drugs die ze gebruiken. “Dus als je kijkt, dit is niet sexy”, zegt hij, terwijl hij om zich heen gebaart in de gebruikersruimte.
Door Sara Bellens en Meike Van Erp

Comments