top of page

LEES In Brussel loopt alles anders: een wandeling door de stad van haast naar vertraging

  • May 6
  • 2 min read

Het regent maandagnamiddag in Brussel. Sommige pendelaars duiken met opgetrokken schouders de dampende bus in. Anderen lijken de regen net te gebruiken om te vertragen. Wij spraken wandelaars in Brussel aan en vroegen aan hen waarom zij de benenwagen verkiezen boven een alternatief: “Te voet is misschien trager, maar het voelt minder chaotisch,” zegt een passant terwijl ze haar boodschappentas wat hoger onder haar arm schikt.

 

Wie even stil blijft staan in de hectiek van Rogier merkt al snel een nauwkeurige choreografie op die zich iedere paar minuten ontvouwt. Zodra er een bus aan komt rijden, schuiven mensen automatisch naar voren. Zo strategisch mogelijk voor de deur. Zodra die openen, manoeuvreren uitstappende reizigers zich langs natte jassen en halfopen paraplu’s naar buiten. Zonder pauze vullen de instappende reizigers de vrijgekomen ruimte opnieuw op.



Met een sissend geluid sluiten de deuren. De motor bromt, de bus trekt op, en langzaam vormt zich alweer een nieuwe groep wachtenden. Even later begint dezelfde dans opnieuw.

 

Wat zich hier afspeelt op Rogier is geen uitzondering, maar een momentopname van een stad die elke dag in beweging is. Brussel beweegt vandaag nog vooral op het ritme van het openbaar vervoer, dat 47,7% van de verplaatsingen uitmaakt. Met het mobiliteitsplan Good Move (2020–2030) wil de stad geleidelijk verschuiven naar een wandeltempo. Vandaag gebeurt 37% van de verplaatsingen te voet, met 50% als doel tegen 2030.


“Te voet heb ik tenminste het gevoel dat ik wat controle heb. En frisse lucht”

 

Die verschuiving blijft niet alleen in beleidsplannen hangen, maar is ook voelbaar in het straatbeeld zelf. Soppende stappen op de natte tegels. Ritselende paraplu’s. Flarden van gesprekken. Gehaast? “Ja,” zegt Margaux (31), “maar dat zit vooral in mijn hoofd. In de metro staan we opeengepropt en ben ik nog gestrester. Te voet heb ik tenminste het gevoel dat ik zelf wat controle heb. En frisse lucht.”

 

Op weg naar Brouckère via de Adolphe Maxlaan lijkt Brussel even een andere snelheid te kiezen. Normaal is dit een drukke route, maar nu klinkt alleen het verkeer op afstand. Aaron (26) loopt voorbij, zijn blik blijft even hangen op de gevels in opbouw. “Voor mij is wandelen net een manier om de stad te zien. Als ik fiets of het openbaar vervoer neem, mis ik alles.”



In andere gevallen blijkt traag gaan gewoon de snelste optie: “Korte afstanden zijn gewoon sneller te voet in het centrum,” zegt een voorbijganger terwijl hij de volgende stap al inzet.

 

“Dat halfuur wandelen is voor mij de overgang van werk naar huis”

 

De tred lijkt het weg te geven: schouders opgetrokken, kin vooruit. Een werkpasje bungelt tegen het bovenbeen, meebewegend met elke stap. Maandag. Half zes. Tijd om de dag van je af te wandelen. “Het helpt om mijn hoofd leeg te maken voor ik thuis ben,” vertelt Paul (43). “Dat halfuur wandelen is voor mij de overgang van werk naar huis.”

 

Aangekomen op Sint-Katelijne lijkt wandelen niet langer het middel, maar het doel. Gemotoriseerde voertuigen worden eerder uitzondering dan de regel. Het gebrom verdwijnt, plaatsmakend voor geroezemoes en stappen op de kasseien.

 

En zo blijft Brussel zich verplaatsen met verschillende snelheden: soms traag, soms gehaast. Steeds vaker te voet.


Vismarkt op het Sint-Katelijneplein in Brussel © Nina Dijkstra
Vismarkt op het Sint-Katelijneplein in Brussel © Nina Dijkstra

 

Door Nina Dijkstra

Comments


bottom of page