LEES Op patrouille met Securail door Brussel-Noord: “Wat voor anderen schokkend is, is voor ons dagelijkse kost”
- May 7
- 6 min read
Met dagelijks zo’n 60 000 reizigers behoort Brussel-Noord tot de drukste stations van het land. In die constante stroom probeert de veiligheidsdienst van Securail de orde te bewaren, maar botst ze vaak op grote uitdagingen en beperkte middelen. Wij volgden enkele Securail-agenten op de voet tijdens een veelbewogen avondshift. “Vaak is het dweilen met de kraan open.”
Het is 14 uur wanneer we aankomen in het station van Brussel-Noord, de start van de avondshift voor Securail-agenten Floriane (30) en Peter (37). Door een aanrijding in Schaarbeek kleuren de schermen in de centrale hal rood van de vertragingen. Gestrande reizigers vullen langzaam het station. “Het is opvallend druk voor dit uur, maar de treinen liggen grotendeels stil dus er zullen minder interventies zijn”, voorspelt Peter. “Het is bovendien ook een rustige week. Het gaat misschien raar klinken, maar de drukte komt vooral op het einde van de maand, wanneer mensen betaald zijn. Dan begint de miserie.” Toch blijkt al snel dat geen enkele dag in Brussel-Noord echt rustig is.
Woordenwisseling
De shift begint met een sweeping van het station, waarbij Floriane en Peter alle sporen en uitgangen van het station controleren op slapende mensen, bedelaars of dealers. Al snel wijzen ze ons op het verschil tussen de verschillende uitgangen van het station. “Het station snijdt de buurt eigenlijk in twee. Aan de kant van het Noordplein heb je vooral bureaus en is er constante passage. Daar hebben we zelden problemen. Maar aan de Aarschotstraat loopt het vaker mis.” Dat wordt meteen duidelijk wanneer een man onze camera opmerkt en fel reageert. Na een korte woordenwisseling met Floriane druipt hij uiteindelijk af. “Voilà, je ziet het. En dit is nog vroeg op de dag”, lacht Peter de spanning weg.

Volgens de agenten wordt het vanaf 17 uur ruiger. “Dan zie je bendes die reizigers gaan aanspreken voor coke, crack of cannabis omdat ze weten dat hier clientèle zit.” Dat versterkt het onveiligheidsgevoel bij veel reizigers in het station. Ook handelaars ondervinden de gevolgen. Zo verhuisde de apotheek van de ingang aan de Aarschotstraat naar de centrale hal na herhaaldelijke diefstallen. Sindsdien zijn er geen diefstallen meer gemeld. Aangezien het nooduitgangen zijn, kunnen ze niet gesloten worden. “We blijven altijd even aan deze ingang staan, maar zodra wij vertrekken, komen ze gewoon terug. Het is eigenlijk dweilen met de kraan open.”
“Mensen die plassen en bedelen zijn banale dingen geworden voor ons."
Securail-agent Peter
Ook in de rest van het station moeten Floriane en Peter meerdere malen ingrijpen. Amper 15 minuten na het begin van hun shift, treffen ze een man die staat te urineren in de trappengang. Hij is duidelijk onder invloed. De agenten nemen zijn identiteit en stellen een proces-verbaal op. Aan de andere kant van de gang graait een vrouw door de vuilnisbakken, ze maakt een eerder verwarde indruk. “Wij noemen haar Mami, ze heeft haar eigen huis in Willebroek, maar ze is heel vaak hier.” Dat geldt ook voor de slapende mannen in de vergeten hoekjes van het station, die de agenten dagelijks moeten wegsturen. “Uiteindelijk is het altijd wel iets, mensen die plassen en bedelen zijn banale dingen geworden voor ons.”
Brussel-Noord kampt vooral met problemen door bedelaars. © Florentine Moens
Aparte reputatie
De agenten nemen ons mee naar de fietsenstalling, waar ze vaak gebruikers betrappen. “Vandaag ruikt het hier nog goed,” lachen ze. Bij een leeg fietsenrek treffen ze een paar verloren schoenen, een zwarte trui, lege blikjes en enkele platgetrapte sigarettenpeuken aan. Op de grond liggen de restanten van uitwerpselen. “Hier heeft gisteren iemand gezeten.” Sinds enkele jaren kampt het station met een groot rattenprobleem, waardoor de fietsenstalling volstaat met dozen rattenvergif. “Gebruikers stapelen die dozen op om op te gaan zitten.”
De fietsenstalling kampt al jaren met een hardnekkig rattenprobleem © Florentine Moens
Volgens Floriane en Peter zijn het vooral de druggebruikers, wanbetalers en bedelaars die voor overlast zorgen. Peter geeft toe dat Brussel-Noord daarin een aparte reputatie heeft. “Vooral de bedelaars zorgen voor problemen, Brussel-Centraal en het Zuidstation hebben die ook, maar de meerderheid zit hier. We kunnen daar een proces-verbaal van opstellen, maar zij hebben bijna allemaal Roemeense identiteitskaarten dus we weten nooit of dat zal aankomen”, vertelt Peter wat gelaten. “Als wij passeren gaan ze wel naar buiten, maar vijf minuten later komen ze gewoon weer terug. We staan daar heel machteloos tegen.”
Toch blijft hun werk niet beperkt tot die ‘banale dingen’. Zo was Peter op zijn eerste werkdag getuige van een zelfmoord, Floriane maakte er in haar tien jaar dienst intussen al acht mee. “In deze job moet je werk en privé echt van elkaar kunnen scheiden”, zegt ze. “Je moet de knop kunnen omdraaien, zodat je die problematieken niet mee naar huis neemt.” Elke agent heeft zo zijn eigen manier om daarmee om te gaan. Bij Peter is dat humor. “Ik heb een hele zwarte humor. Dat geeft mij de kans om alles onder collega’s even te verwerken.”
Eigen mannetje staan
Ondanks hun goede humor botsen Floriane en Peter ook vaak op de grenzen van hun capaciteit. “Vandaag staan we hier met vier agenten, maar dat is heel uitzonderlijk. Meestal zij we maar met twee.” Dat gebrek aan mankracht maakt sommige interventies bijzonder moeilijk. Peter herinnert zich een interventie waarbij een boordchef voor hun ogen een slag in het gezicht kreeg. “Toen waren we met drie. Eén collega kon toen meteen versterking oproepen, terwijl wij tussenkwamen. Als je maar met twee bent, wordt dat veel moeilijker.”
Volgens hen is het contrast met Brussel-Zuid groot. “De veiligheid in Brussel-Zuid komt meer in de spotlight omdat het een internationaal station is. Wij worden eigenlijk een beetje vergeten.” In het Zuidstation is er bovendien ook sneller bijstand van de spoorwegpolitie. “Daar staan ze met veel meer manschappen. Als een collega iets verdacht opmerkt, kunnen ze meteen ingrijpen. Dat kunnen wij niet.”
“Ik vind iemand zijn leven redden belangrijker dan een wanbetaler aanpakken.”
Securail-agent Peter
Dat gebrek aan ondersteuning dwingt de agenten soms tot moeilijke keuzes. “Soms krijgen we twee of drie oproepen tegelijk. Als we dan bezig zijn met een interventie die uit de hand loopt of langer duurt, moeten we andere oproepen afbellen. Dan moet je echt bepalen wat prioriteit heeft.” Volgens Peter betekent dat soms de keuze tussen fysieke agressie en een medische interventie. “Dan vind ik iemand zijn leven redden belangrijker dan een wanbetaler aanpakken. Je kan niet overal tegelijkertijd zijn en dat is wel het frustrerende aan deze job.” Wanneer we vragen waarom ze niet op versterking kunnen rekenen, haalt Peter zijn schouders op. “Moest ik daar het antwoord op hebben, zou je het al weten.”
Het is een vicieuze cirkel van te weinig personeel, te weinig tijd en beperkte bevoegdheden. “Twintig jaar geleden waren onze bevoegdheden meer dan genoeg, maar vandaag schieten we tekort. Voor veel zaken hebben wij spijtig genoeg de spoorwegpolitie nodig, maar die kan enkel ingrijpen als er ploegen vrij zijn.”
Vrouwelijke touch
Floriane en Peter merken ook dat de agressie tegenover ordediensten zowel verbaal als fysiek toeneemt. “Dat hoort bij de job. Als je een uniform aantrekt, weet je dat je tegen een paar harde woordjes moet kunnen”, zegt Peter. “Je voelt dat mensen steeds wantrouwiger worden tegenover mensen in uniform of tegenover eender welke vorm van autoriteit. In hun ogen zijn wij vaak stoorzenders.” Vooral verbale agressie is volgens hen dagelijkse kost, al worden agenten daar wel uitgebreid op voorbereid tijdens de opleiding. Zo krijgen ze een basisopleiding van vier à vijf maanden, waarin ze getraind worden op het gebruik van spray en handboeien. Daarnaast volgen ze jaarlijks nog zeven dagen bijscholing.

Floriane is een van de weinige vrouwen binnen het team van Securail-agenten in Brussel. Volgens haar heeft dat zowel voor-als nadelen. “Sommige mensen willen niet met vrouwen spreken, en dat wordt het soms moeilijk om de interventie tot een goed einde te brengen”, vertelt ze. “Maar ondertussen werk ik hier al tien jaar, dus soms hebben mensen zelfs meer respect voor mij dan voor mijn mannelijke collega’s.” Die vrouwelijke touch helpt volgens haar soms net om situaties sneller te kalmeren. “Ik probeer spanningen soms al pratend te verminderen, iets wat bij mijn mannelijke collega’s minder gemakkelijk gaat.”
Machteloosheid

Aan het einde van de shift lopen we nog snel mee langs de verschillende ingangen. Aan de uitgang langs het Simon Bolivarplein staat een man onder invloed te roken. Hij slaat wartaal uit naar een groepje passanten. We merken we dat Floriane en Peter zich grotendeels hebben neergelegd bij het feit dat ze vaak machteloos staan. Voor we vertrekken vertelt Peter over een interventie die hem na drie jaar dienst nog steeds bijblijft. Ze moesten toen een man van de sporen halen omdat hij zich aan het masturberen was op spoor 12, vlak bij de prostitutieramen. “Hij zat honderden meters ver op de sporen en we konden hem enkel daar boeien om hem mee terug te krijgen. Uiteindelijk heeft de spoorwegpolitie hem laten gaan omdat hij niet gekend was en geen papieren had.”
Volgens hen wordt daar duidelijk hoe weinig ze zelf aan de kern van het probleem kunnen veranderen. “Het gaat vooral om sociaaleconomische problemen. Wij kunnen daar weinig aan veranderen, de politie kan daar weinig aan veranderen. Zolang de regering geen beslissingen neemt, blijft de situatie hier zoals ze is.”
Door Clara Starckx & Florentine Moens











Comments