top of page

EXPLAINER 4 parlementen en 19 gemeenten? Brussel ontrafeld door grondwetsspecialist Quinten Jacobs

  • May 6
  • 4 min read

Updated: May 7


Quinten Jacobs © Ertsberg
Quinten Jacobs © Ertsberg

De Brusselse politiek is een complex wezen, zelfs voor ervaren politicologen geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. In zijn boek Betonnen beleid klaagt Quinten Jacobs de inrichting van onze politiek aan. In dit artikel nemen wij u samen met hem op sleeptouw om de Brusselse politieke structuur te begrijpen.


Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zag het levenslicht in 1989: “De geesten hebben lang moeten rijpen om tot een oplossing te komen waarmee Nederlandstaligen en Franstaligen in Brussel konden leven. Uiteindelijk werd een eigen gewest voor de hoofdstad deel van de puzzel.”


We beginnen onze uitleg bij de overkoepelende instelling: het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Daarin zetelen 89 leden. Hiervan zijn er 72 Franstalig. De overige 17 vertegenwoordigen de Nederlandstaligen. Het parlement heeft een controlerende functie over de regering. Daarnaast moeten de parlementariërs budgetten en ordonnanties goedkeuren.


Het parlement buigt zich over de gewestelijke bevoegdheden. Dit zijn de grondgebonden materies: milieu, ruimtelijke ordening, wonen, mobiliteit, infrastructuur, economie en werkgelegenheid.


“Ze hebben na een lange formatie snel snel een regeerakkoord bij elkaar geschreven. We zullen zien wat daarvan komt, the proof of the pudding is in the eating.”

Quinten Jacobs


Vanuit het Brussels Parlement wordt er ook een regering aangeduid. Die regering bestaat altijd uit een Franstalige minister-president, twee Nederlandstalige en twee Franstalige ministers, en één Nederlandstalige en twee Franstalige staatssecretarissen. Over de vorming van de huidige regering hebt u ongetwijfeld iets meegekregen: die bevalling duurde meer dan 600 dagen. Een absoluut record. De huidige regering-Dilliès bestaat vandaag uit zeven partijen: MR, PS, Les Engagés, Groen, Anders, Vooruit en CD&V.


Minister-President Boris Dilliès (MR) © Christophe Bortels
Minister-President Boris Dilliès (MR) © Christophe Bortels

Jacobs schetst de moeilijkheden die de regering nu kent: “Er zijn enorm veel uitdagingen in Brussel op vlak van budget, tewerkstelling, veiligheid, ongelijkheid, sociale problematiek en begroting.” Zo streeft de regering naar een begrotingsevenwicht tegen 2029 en een verlaging van de personenbelasting, de controversiële uitbreiding van metrolijn 3 wordt opgeschort én de tewerkstellingsgraad moet boven de 70% liggen. Jacobs is sceptisch: “Ze hebben na een lange formatie snel snel een regeerakkoord bij elkaar geschreven. We zullen zien wat daarvan komt, the proof of the pudding is in the eating.”


Zelfde acteurs, andere film


Nu begint het echt interessant te worden, want naast de grondgebonden bevoegdheden van het Brussels Gewest, staan de Franse en Vlaamse gemeenschappen met hun culturele, onderwijs- en persoonsgebonden bevoegdheden. Denk dan aan sport, theater, bibliotheken, jeugdbescherming en sociale bijstand.


Die gemeenschappen zetelen in twee aparte commissies, een logisch handigheidje volgens Jacobs: “Er zijn maar zes parlementsleden in het Vlaams Parlement die vanuit Brussel verkozen worden. Zij zijn met te weinig om alle gemeenschapsbevoegdheden op te nemen in de hoofdstad. Daarom is er beslist om de 17 Nederlandstalige verkozenen in het gewestelijk parlement ook in de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) te plaatsen. Hun 72 Franstalige collega’s uit het parlement zetelen in de Commissie van de Franstalige Gemeenschap (COCOF).”


De twee commissies hebben elk hun mini-parlementje (de Raad) en regering (het College). Maar omdat Vlaanderen en Wallonië een andere visie hebben op Brussel, is de slagkracht van beide commissies niet gelijk: “In Vlaanderen wil men één beleid voor de hele gemeenschap. Dit wordt bepaald vanuit het Vlaams Parlement. Daarom worden er weinig belangrijke beslissingen genomen in de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Die worden in het Vlaams Parlement gemaakt.” Nog mee?


De verschillende niveau’s in Brussel © Obi Bourgois
De verschillende niveau’s in Brussel © Obi Bourgois

De Franstalige Gemeenschapscommissie kan daarentegen wel belangrijke wetgeving opstellen: “In Wallonië ziet men Brussel meer als iets aparts. Daarom wordt er meer ruimte gelaten aan de Gemeenschapscommissie om een eigen beleid uit te stippelen in Brussel.”


Drie keer is scheepsrecht


Wie echt niet genoeg krijgt van commissies mag zich gelukkig prijzen: er is nog een derde! Om het Brussels plaatje helemaal compleet te maken is er de Gemeenschappelijk Gemeenschapscommissie (GGC). Jacobs: “Deze is bevoegd voor alle gemeenschapsinstellingen waar de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in beide talen terechtkunnen, dat komt vooral neer op gezondheidszorg.” Het is ook de plek waar de twee commissies kunnen overleggen om hun beleid te stroomlijnen, alle 89 Brusselse parlementsleden zetelen in het wetgevend orgaan: de Verenigde Vergadering. Anders dan bij een klassiek parlement moeten ordonnanties een meerderheid hebben in beide taalgroepen om goedgekeurd te worden. Het Verenigd College vormt de uitvoerende macht. De belangrijkste leden van het College zijn de vier ministers van de gewestregering. Zij bezitten samen met de voorzitter van het College een beslissende stem.


“Wat heeft een inwoner van Ukkel te maken met iemand van Schaarbeek?”

Quinten Jacobs


Brussel zou Brussel niet zijn als er op het lokale niveau wel eenheid zou bestaan. Sinds 1954 telt Brussel 19 gemeenten. Die opdeling heeft zowel voor- als nadelen: “Het nadeel is dat het beleid van die gemeenten soms op gespannen voet staat met het beleid van het gewest. Dat leidt tot gebrekkige coördinatie. Ook de samenwerking tussen gemeenten loopt vaak stroef.”


De verschillende gemeenten in Brussel © NordNordwest
De verschillende gemeenten in Brussel © NordNordwest

“Het argument voor de opdeling is dat van de nabijheid. Lokaal bestuur moet voldoende nabij zijn om lokale noden te kunnen bevredigen. Brusselse gemeenten hebben elk een totaal andere demografie, beleving en socio-culturele samenstelling: Wat heeft een inwoner van Ukkel te maken met iemand van Schaarbeek?”


Om de zes jaar wordt er een nieuwe gemeenteraad verkozen. Daaruit vloeit het schepencollege, geleid door de burgemeester. Het aantal schepenen is afhankelijk van het aantal inwoners. Dit varieert van vijf (Koekelberg) tot tien (Brussel-Stad).


De Brusselse gemeenten verschillen niet veel van de Vlaamse. Tot hun verplichte takenpakket vallen de handhaving van openbare orde, wegenbeheer en basisonderwijs. Daarnaast hebben ze nog enkele vrijwillige taken zoals verkeer en huisvesting.


Om de communicatie tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de 19 gemeenten te bevorderen is Brussel Plaatselijke Besturen (BPB) in het leven geroepen. De BPB controleert lokale besturen en dient als aanvoerbuis van lokale kennis aan het gewest.


Wie zich na het lezen van deze uiteenzetting redelijk vermoeid voelt, is zeker niet alleen. Jacobs doet in Betonnen beleid ook duidelijk zijn beklag over de politieke structuur van onze hoofdstad: “Er zijn verschillende bevoegdheden die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn en onder meerdere niveaus vallen. De problemen waar Brussel vandaag mee kampt, passen niet in die pakketjes.”


Door Obi Bourgois en Robbe Pauchet


Comments


bottom of page