top of page

INTERVIEW “De toekomst van Brussel is meertalig”: Schepen Anaïs Maes over Nederlands in Brussel

  • May 7
  • 5 min read

Updated: May 8

Anaïs Maes groeide tweetalig op in Brussel © Vooruit
Anaïs Maes groeide tweetalig op in Brussel © Vooruit

Tweetalig opgevoed, leerkracht geweest en nu schepen van Nederlandstalig Onderwijs in Brussel-Stad: Anaïs Maes (42) levert een helder zicht op de positie van het Nederlands in de superdiverse hoofdstad. 

Wie is Anaïs Maes?

  • Geboren op 23 maart 1984

  • Woont in Laken 

  • Behaalde haar doctoraat in de geschiedenis en was leekracht in het secundair onderwijs 

  • Vooruit politica en schepen van Nederlandstalig Onderwijs, Stedenbouw, Openbare Ruimte, Openbare Ruimte en Mobiliteit in Brussel-Stad

U bent tweetalig opgevoed, hoe was dat voor u? 

"Ik ben opgegroeid in een typisch Belgische familie, met een Vlaamse vader en een Waalse moeder. Beide met een heel groot hart voor Brussel. Met mijn papa sprak ik Nederlands, met mijn mama Frans. Onder elkaar spreken mijn ouders Nederlands, tenzij mijn mama heel boos is, dan spreekt ze Frans. Als kind was dat mijn normale leven. Ik vond het zelfs bizar als andere kinderen maar één taal spraken.  Die tweetaligheid is het grootste cadeau dat mijn ouders me ooit gegeven hebben. Daarnaast leerde ik ook de Vlaamse en Waalse culturen goed kennen. Dat helpt me in de Brusselse politiek: ik vind makkelijker aansluiting bij mijn Franstalige collega’s. Niet enkel omdat we elkaar perfect begrijpen, maar ook omdat we dezelfde mopjes kunnen maken."


"Door Nederlands de taal van de straf te maken, demoniseer je de taal”

Anaïs Maes


Welke taal sprak u op de speelplaats? 

"Ik sprak de beide talen, maar het hing af van de situatie welke taal ik gebruikte. Mijn straat-Frans heb ik op de speelplaats geleerd, al is dat nu wat passé. Ik heb school gelopen in de jaren ’90 op het Atheneum van Etterbeek, waar ik later ook leerkracht werd. Die tweetaligheid was toen heel handig, al zat ik op een Nederlandstalige school. De leefregels schreven voor dat we geen Frans mochten spreken op de speelplaats. Toch waren die regels niet voor iedereen gelijk: als tweetalige mocht ik wel Frans spreken, maar mijn Franstalige vrienden niet. Ze knepen voor mij een oogje dicht, wat ik heel oneerlijk vond."


"Vandaag zit mijn dochter op dezelfde school. De regels zijn ondertussen veranderd: je spreekt Nederlands binnen de gebouwen, maar op de speelplaats word je niet meer gecontroleerd. De pauzes zijn je privétijd. Dat is veel beter, want anders demoniseer je het Nederlands. Het wordt zo de taal van de straf, en niet een taal die je kan leren. Daardoor krijgen anderstalige leerlingen ook minder voeling met de Nederlandstalige cultuur. De minder strenge regels zorgen ervoor dat jongeren die vandaag afstuderen van het Nederlandstalig onderwijs meertaliger zijn dan de mensen van mijn generatie. Dat vind ik een mooie evolutie."


Hoe heeft u het Nederlands in Brussel zien evolueren?

"Onze jongeren vandaag zijn meertalig, dat is een rijkdom voor onze stad. De politiek moet er meer mee aan de slag gaan. Vooral politici die niet actief zijn in Brussel hebben oogkleppen op. Een hele generatie jongeren doet het heel goed, maar zijn onzichtbaar. Op hen ben ik best fier." 


Welke buitenschoolse activiteiten hielpen u om uw tweetaligheid te onderhouden? 

"Voor Nederlands was dat niet nodig, maar voor Frans heb ik me ondergedompeld in een omgeving waar niemand Nederlands sprak. Op scoutskamp werkte ik bij de kookploeg. Niemand daar sprak een woord Nederlands, dus ik kon niet anders dan Frans spreken. Op die manier leerde ik Frans tot op een native speakerniveau. Ik heb daar ook mijn ex-lief leren kennen, die geen Nederlands sprak. Dus dat hielp mijn Frans enorm." 


"Het is dus vooral een kwestie van je volledig onder te dompelen in een andere taalgroep. Dat kan eender welke vorm aannemen: Debateville, de scouts of de zwemclub." 


U noemt Debateville, een van de vele initiatieven in Brussel om kinderen Nederlands te leren. Welk initiatief spreekt u zelf het meeste aan? 

"Debateville vind ik de max, mijn dochter heeft dat zelfs gedaan. Het initiatief draait niet enkel om taal, maar laat ook de intrinsieke maatschappijkritische houding van de kinderen naar boven komen. Alle kinderen hebben dat en dat moeten we vastgrijpen. We verliezen het nu te vaak bij jongeren. Debateville is een initiatief waar kinderen niet doorhebben dat ze met taal bezig zijn. Onbewust zijn ze Nederlands aan het oefenen." 


"Als kind had ik Debateville heel graag gedaan. Ik deed veel buitenschoolse activiteiten, zoals de muziekschool, de leerlingenraad en woord en drama. Ook waagde ik me aan debatwedstrijden. Ik presenteerde daarnaast op de illegale radiozender FM Brussel, de voorloper van Bruzz. Toen ik studeerde, presenteerde ik twee jaar een jongerenprogramma op TV Brussel." 


"Leerkrachten moeten meer tijd krijgen om zich op het Nederlands toe te spitsen, in plaats van de administratie”

Anaïs Maes


Hoe zou het Nederlands in het Brusselse onderwijssysteem beter gedoceerd kunnen worden? 

"We hebben fantastische leerkrachten Nederlands, dus Nederlands moet niet beter worden gedoceerd. De hoeveelheid regels en administratie blijft groeien, de controle wordt strakker en strakker vanuit de overheid. Leerkrachten moeten meer tijd krijgen om zich op dat Nederlands toe te spitsen, in plaats van op de administratie. Geef ze tijd en geef ze vertrouwen. Laat leerkrachten hun ding doen, ze kennen hun leerlingen het beste. Want iedere leerkracht is een taalleerkracht. Het maakt niet uit welke les je geeft, je bent altijd taal aan het overbrengen." 


"Het is daarnaast belangrijk dat leerlingen zich goed voelen. Een kind dat zich goed voelt en vertrouwen heeft in zijn omgeving, leert een taal veel makkelijker. Jonge kinderen nemen talen op als een spons: hoe eerder ze ermee starten, hoe beter ze die onthouden. Daarom moet je daar zo vroeg mogelijk mee aan de slag gaan, zowel in de les als daarbuiten." 


Wie draagt daarbij de verantwoordelijkheid? 

"Ouders met voldoende financieel, sociaal, intellectueel en cultureel kapitaal moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Ik reken mezelf daarbij. Van ouders die zelf het Nederlands niet beheersen en vooral bezig zijn met overleven, kan je dat niet verwachten. Het is de taak van de politiek om buitenschoolse activiteiten zo laagdrempelig mogelijk te maken. De N-VA staat daar met haar nadruk op individuele verantwoordelijkheid tegenover: wie kansen niet grijpt, valt volgens haar visie uit de boot. Daar ben ik het niet mee eens. Sommige mensen hebben simpelweg niet de nodige middelen om die kansen te grijpen. Het is net onze job om ervoor te zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt om de meet te halen, ongeacht de ongelijkheid van de startposities." 


Hoe ziet u dat concreet? 

"Door zoveel mogelijk in Brede Scholen (samenwerking tussen Nederlandstalige scholen en lokale partners om de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten, red.) te investeren. Brede School-coördinatoren moeten in alle scholen aanwezig zijn, onafhankelijk van de koepels. We moeten daarover proactief naar de ouders communiceren. Zij hoeven dan niks te doen, behalve aangeven of hun kinderen mogen deelnemen. Op die manier blijft het zo laagdrempelig mogelijk, en ondertussen leren al die kindjes al spelend Nederlands. Dat is toch de max?" 


Wat is uw toekomstbeeld voor het Nederlands in Brussel? 

"Vandaag is Brussel niet gewoon een tweetalige stad, maar een meertalige stad. Alleen al in Brussel-Stad worden 104 talen gesproken. Nederlands en Frans zijn gewoon twee van die talen. In mijn visie moeten we inzetten op meertaligheid. Frans en Nederlands blijven wel de talen die beschikbaar moeten zijn voor iedereen in de administratie en in de zorg. Ik vind het bijvoorbeeld heel belangrijk dat ik in een ziekenhuis gewoon in het Nederlands geholpen kan worden. Voor mij is de toekomst van Brussel meertalig, met een gewaarborgde aanwezigheid van het Nederlands en het Frans. We zijn geen tweetalige stad, maar een meertalige."  


Zin om mee te kijken bij een initiatief dat Nederlands leert aan Brusselse kinderen? Kijk dan zeker eens naar de reportage over de bibliotheek van Jette!


Door Sara Dooms en Nele Gaasbeek







Comments


bottom of page