LEES “25% stroomt door naar de werkvloer”: Schaarbeek maakt werkzoekenden weerbaar
- 22 hours ago
- 4 min read

Elk jaar begeleidt Mission Locale in Schaarbeek (Milocs) ongeveer 1.320 laagopgeleide werkzoekenden. Schaarbekenaars kunnen er terecht voor hulp met sollicitatiegesprekken, het gebruik van technologie en vooral zelfvertrouwen. “De helft is klaar voor de werkvloer.”
Milocs-directeur Nicolas Dumoutier (39) komt dagelijks met de trein uit Tubeke. Op zijn wandeling langs de Aarschotstraat en het Liedtsplein heeft hij in 14 jaar tijd veel zien veranderen. Mensen begeleiden die ver van de arbeidsmarkt staan blijft een uitdaging. Vaak gaat het om ontsnappen uit kansarmoede of illegaliteit.
Wie begeleiden jullie?
We zijn één van de negen vestigingen van Mission Locale in Brussel. Onze organisatie werkt per zone met mensen die ver van de arbeidsmarkt staan. We helpen deze laagopgeleide mensen met opleidingen en begeleiding naar de arbeidsmarkt. De meerderheid heeft geen Belgisch diploma. Ten tweede komen hier mensen die lange tijd professioneel inactief zijn. Volgens de huidige politiek is dat langer dan twee jaar.
Hoeveel mensen begeleiden jullie elk jaar?
Jaarlijks begeleiden we alleen al in Schaarbeek ongeveer 1.300 mensen, met 26 à 27 man personeel. De begeleiding duurt een jaar, maar als iedereen altijd naar al zijn afspraken zou komen, zouden we iedereen maar tien uur per jaar kunnen zien. Sommigen komen een of twee keer, anderen kunnen na één sessie direct aan de slag. Onze expliciete bedoeling is dat mensen hier buiten stappen en klaar zijn voor het werkveld. Anders dan bij Actiris komen er bij ons heel wat mensen spontaan aankloppen, omdat ze zelf vooruit willen. Dat komt net door die lokale verankering en de positieve mond-aan-mond reclame.

Hoe werkt dat concreet?
Sommigen hebben een bijna onbestaand carrièreplan of kunnen niet zelfstandig werk vinden. Ze weten niet hoe ze in contact geraken met een werkgever of een opleidingscentrum. Door een gebrek aan structuur lopen afspraken vaak mis. Andere belemmeringen zijn dan weer gendergerelateerd.
“De werkloosheidsgraad bij jongeren is enorm hoog in Schaarbeek.”
Hoewel we evenveel mannen en vrouwen begeleiden, zien we significant meer alleenstaande mama’s. Minder gekwalificeerde banen hebben over het algemeen langere werktijden of vereisen meer flexibiliteit. Denk maar aan nachtwerk of leveranciers die 24 op 24 moeten werken. Moeders van veel of kleine kinderen kunnen dat risico niet nemen.
Ook technologie blijft een grote uitdaging. We hebben hier een informaticaruimte om mensen daarmee vooruit te helpen. Iedereen heeft wel een smartphone, maar hem gebruiken om effectief werk te zoeken of mensen te contacteren is een ander verhaal.
Daarnaast werken we aan hun soft skills. Mensen schrijven bijvoorbeeld hun hele boodschap in de onderwerpbalk van de mail, of hebben in hun vorige of illegale werkervaringen niet geleerd om correct en formeel met ‘goedendag’ en ‘dank u’ te communiceren.
Met welke jobaanbiedingen werken jullie?
Ons vertrekpunt zijn de officiële aanbiedingen van Actiris. Maar dat is hooguit 10 tot 20 procent van het echte aanbod. Zelfs als we optimistisch zeggen dat we 10% daarvan voorstellen, zijn daar maar 30 tot 40 procent jobs voor laaggeschoolden bij.
Van de 1.320 personen die we jaarlijks begeleiden, zullen er op dit moment 600 à 700 klaar zijn voor een doorstroom naar het werkveld. Maar er zijn maar 86 vacatures beschikbaar voor deze weinig gekwalificeerde doelgroep op Actiris. In heel Brussel!
“We hebben alleen maar polyglotten die hier binnen wandelen, maar met de verkeerde talen.”
Wat is het succespercentage?
Ongeveer 50% van de begeleidingen toont een positief resultaat. Niet alleen in de vorm van een job - dat is ongeveer 25%. Maar die 50% omvat ook mensen die structureel in een opleiding beginnen en blijven.
Met welke kwetsbaarheden kampt deze doelgroep?
Naast oplichterijen op sociale media of AI belandt deze kwetsbare doelgroep makkelijk op de zwarte markt. Daar is geen verantwoordelijkheid en zijn betalingen loze beloftes.
Gelukkig is er nog zwartwerk, anders zou iedereen op straat slapen… In het zwart werken biedt flexibiliteit. Je trapt het af wanneer je wil. Daarom kiezen velen die hier komen ook voor interimcontracten.
Ook de liberalisatie van de arbeidsmarkt vormt voor sommige beroepen wel een groot probleem. Dat zien we hier enorm vaak. Denk maar aan bezorgers, zeker voor Amazon of andere webwinkels. Daarbij moeten mensen zo veel mogelijk presteren binnen de wettelijk toegestane uren, maar verder houden de werkgevers zich afzijdig.
Hoe worden jullie gefinancierd?
We krijgen subsidies van meerdere instanties: het Brusselse Gewest, Actiris, de Franse Gemeenschapscommissie en het Europees Sociaal Fonds. Sinds de nieuwe Brusselse regering hebben we plots twee ministers die de verantwoordelijkheid van zich afschuiven.
“Gelukkig is er nog dat zwart werk, anders zouden velen op straat slapen.”
Ze geven de organisaties ter plekke de schuld van het versnipperde aanbod, terwijl wij dankzij hun lokale verankering juist heel dicht bij het publiek en hun behoeften staan. Onze kracht ligt net in de contacten die we leggen. Het gaat er bijvoorbeeld om vacatures en werkgevers te vinden die onze doelgroep kennen en openstaan voor een langdurige samenwerking.
Welke voordelen brengt dat met zich mee?
Vaak zijn we een eerste aanknopingspunt, omdat niet iedereen kan rekenen op een uitgebreid netwerk. Daarom hameren we op die soft skills. Als ze wel toegang hebben tot een bepaalde kring, moeten we hen leren om daar werk te zoeken. Ze moeten leren mensen aan te spreken.
Welke uitdagingen zijn er specifiek in Schaarbeek?
Schaarbeek is de op twee na dichtst bevolkte gemeente van het Gewest. We focussen ook niet alleen op lokale jobs, maar wij kennen de gevoeligheden van de wijk. Zo komen er ook regelmatig kinderen langs van ouders die begeleiding krijgen. Want de werkloosheidsgraad bij jongeren is enorm hoog hier. We werken bijvoorbeeld samen met een school in de buurt, en dat project werkt goed.
Raken mensen wel eens gefrustreerd?
Soms halen ze boos uit: “Ja, maar jíj hebt tenminste een job.” Niet iedereen begrijpt meteen dat we hen niet zomaar aan een job kunnen helpen. En afhaken is een echt probleem. Het gaat toch al snel om 250 mensen per jaar.
Een ander knelpunt is de taal. We hebben alleen maar polyglotten die hier binnen wandelen, maar wel met de verkeerde talen. Voor begeleiding vragen we toch een minimum aan Frans. Op de zwarte markt is het dan weer geen enkel probleem als je geen Frans spreekt.
Door Savannah Petrieux


Comments