LEES Brussel zoekt uitweg voor ontspoorde projecten: “Extra federaal geld lijkt politiek uitgesloten”
- May 7
- 3 min read

De nieuwe Brusselse regering erft een enorme overheidsschuld. Een deel van de oorzaak ligt bij ontspoorde projecten zoals Metro 3 en het museum Kanal. De regering-Dilliès belooft orde op zaken te stellen.
Onder de regering-Vervoort liep de gewestschuld volgens de Nationale Bank op van 8,9 miljard euro in 2020 tot 15,6 miljard euro in 2024. Volgens Brussel-kenner en columnist Luckas Van der Taelen is dat het gevolg van de enorme uitgavedrift van vorige ministers.
Zo werden grote overheidsprojecten goedgekeurd waar eigenlijk geen geld voor was. Een goed voorbeeld is Kanal-Centre Pompidou. In 2015 kocht de Brusselse regering de voormalige Citroënsite om er een culturele pool op te richten. Ondertussen zijn de kosten opgelopen van de geraamde 150 miljoen euro naar een geschatte 230 miljoen euro en is de opening al twee keer uitgesteld. Projectleider Yves Goldstein stopt, maar blijft aan tot er een opvolger is.
Kopzorgen
Metro 3 bezorgt de Brusselse regering zo mogelijk nog grotere kopzorgen. Het infrastructuurproject, dat de verbinding tussen het noorden en zuiden van Brussel moest verbeteren, is een schoolvoorbeeld van financieel wanbeleid en nalatigheid. Het Rekenhof kwam in 2025 met een vernietigend rapport, waarin sprake is van gebrekkige planning, onvoldoende transparantie, fouten in het ontwerp en ontsporende kosten.
“Projecten worden bewust ondergebudgetteerd om ze goedgekeurd te krijgen”
Het project werd initieel begroot op minder dan 1 miljard euro, maar prognoses uit 2025 wijzen op een totale kostprijs die eerder richting de 5 miljard euro gaat. Volgens Herman Matthijs, hoogleraar openbare financiën aan de VUB en UGent, is de ontsporing geen toeval. “Men heeft die projecten bewust ondergebudgetteerd om ze makkelijker goedgekeurd te krijgen. Een voorstel van 500 miljoen euro is politiek nu eenmaal makkelijker te verkopen dan een realistisch, duurder voorstel.”
Budgettaire restricties
De nieuwe Brusselse regering onder leiding van Boris Dilliès (MR) mikt op een begrotingsevenwicht in 2029, wat neerkomt op een besparing van ruim 1 miljard euro. De besparingen gelden ook voor projecten als Kanal en Metro 3.
Maar voor de geplande opening van Kanal in november 2026 is nog een bijkomende investering van 60 miljoen euro nodig. Tegelijk dalen de subsidies voor Kanal-Centre Pompidou sterk, waardoor tegen 2029 maar een minimale werking zonder volwaardig cultureel programma zou overblijven. Het project moet dus op zoek naar alternatieve vormen van financiering, voornamelijk uit de privé, om overeind te blijven.
Ook de plannen voor Metro 3 worden zwaar afgeslankt om de kosten te drukken. De nieuwe tunnel en enkele stations zoals Toots Thielemans worden wel gebouwd, maar zullen voorlopig door trams worden gebruikt in plaats van metro’s.
“Stoppen kost ook veel geld”
Door budgettaire problemen wordt de volledige uitbouw van de metrolijn opgeschort voor tien jaar, terwijl men probeert eerdere investeringen niet verloren te laten gaan. Toch lijkt dit geen structurele oplossing. “Eens een project gestart is, is het moeilijk om nog terug te keren”, waarschuwt Matthijs. “Vaak zijn er contracten afgesloten die over tien jaar of langer lopen. Ook stoppen kost dan veel geld.”
Een snelle uitweg is er volgens hem niet: “Ze hebben er gewoon geen geld voor. Bovendien lijkt het politiek uitgesloten dat er plots veel bijkomende middelen van de federale overheid naar Brussel zouden gaan.”
De budgettaire nachtmerries temperen de ambities echter niet. Beliris, het federaal fonds voor grote Brusselse infrastructuurprojecten, denkt al na over een nieuwe metrolijn tussen Ukkel en Vorst. Terwijl de plannen van Metro 3 in de vriezer worden geschoven, kostte de studie voor deze nieuwe lijn alvast 775.000 euro.
Nood aan transparantie
Herman Matthijs benadrukt dat de budgettaire ontsporing van overheidsprojecten geen exclusief Brussels probleem is. “Kijk maar naar de werken aan de Antwerpse Ring”, zegt hij. “Zulke projecten zijn steevast duur, lopen lang en worden vaak te laag ingeschat bij de start.”
Matthijs pleit daarom voor meer begrotingstransparantie. “Vroeger maakte men een onderscheid tussen een gewone en een buitengewone begroting. Investeringen zaten in de buitengewone begroting. Volgens mij is dat een nuttig onderscheid.”
“Dagelijkse uitgaven, zoals lonen en werkingskosten, zouden duidelijker gescheiden moeten worden van grote langetermijninvesteringen. Zo wordt sneller zichtbaar hoeveel een project echt kost, hoe het gefinancierd wordt en welke lasten worden doorgeschoven naar de toekomst.”
Door Lars Baetens



Comments